
Jean-Marie Delwart, die als een van de grootste Belgische patroons wordt beschouwd, heeft ook een grote passie voor de dierenwereld. Vanuit het Zoniënwoud, waar hij woont, in het prachtige koninklijke domein van Argenteuil, geeft hij ons zijn visie op ecologie. Een gesprek.
Jean-Marie Delwart is sinds 1976 voorzitter van de groep Biotec, een participatie- en businessangelsholding bestemd voor snelgroeiende bedrijven en ondernemers die actief zijn in de sector van gezondheidszorg, welzijn, moleculaire biochemie en ecologie. In1989 richtte hij zijn stichting op voor de studie van de levende wereld en zijn evolutie. De stichting kent prijzen toe aan wetenschappers, steunt onderzoek van doctorandi, organiseert internationale congressen in het domein van de dierlijke en menselijke gedragswetenschappen, en vooral dat van het onderzoek in chemische communicatie. Volgens de filosoof en chemicus van opleiding maakt het inzicht in dierlijk gedrag een beter inzicht mogelijk in de mens en in het ecologisch systeem waarin hij leeft, waarmee hij een nauw verband legt tussen ethologie en ecologie.
U hebt belangstelling voor ethologie (studie van het dierlijk gedrag). Maakt de mens ook deel uit van deze wetenschap?
Zeer weinig. In de jaren '52, met Konrad Lorentz, was ethologie een observatiewetenschap van het gedrag van dieren. Vervolgens heeft Wilson de sociobiologie gecreëerd, de studie van diergemeenschappen, maar de mens kwam daarin nog steeds niet aan bod. Daarna heeft Pavlov ons de eerste ‘imprinting' (genomische inprenting) getoond, met de eend die uit het ei komt en zijn moeder herkent: het eerste individu, dier of object dat hij ziet. Bij de mens stelt men al een grote invloed van het gedrag van de moeder op de genomische inprenting van het kind vast tijdens de zwangerschap; wat ze eet, hoort, voelt. Vandaag wordt er gesproken van epigenetica: als je enkel naar Mozart hebt geluisterd gedurende drie jaar, van de leeftijd van een tot vier jaar, dan zal je genetisch beïnvloed zijn door die muziek. In feite zijn het moleculen die zich op de genen vastzetten en ze beïnvloeden. Het is een wetenschap die zeer biochemisch geworden is, want we beschikken over apparatuur om, in de praktijk, de invloed van Mozart op chemisch niveau op onze genen te ‘bekijken'.
Ons gedrag dat we zouden willen veranderen, is dat niet sterk geconditioneerd?
Als je een regenworm in een milieu zet, zal hij willen liefhebben, geliefd willen zijn, een territorium hebben, geen stress hebben, te eten hebben en een zeker sociaal leven hebben. Om haar liefdesdrift te bevredigen, geeft de vrouwelijke vlinder seksuele feromonen af die de mannelijke vlinder aantrekken. Als ze alleen is in de woestijn moet ze een lichte molecule afgeven die ver gaat; als ze echter op het Stefanieplein, in de Louizalaan, woont, heeft ze veel vlinders om haar heen en zal ze een andere chemie hebben. Deze driften zijn zo sterk dat de evolutie heeft kunnen toegeven aan het tegengestelde van het praktische. De pauw vliegt slecht door zijn lange staart, maar de prachtige waaier die hij aan het wijfje toont, is zo een seksueel attribuut dat de selectie het behouden heeft. De evolutie heeft voor de driften seksuele feromonen, de pauwenstaart... uitgevonden en ethologie houdt zich nu steeds meer bezig met de erg wetenschappelijke, chemische kant van deze evolutie. En gaat zelfs zo ver te beweren dat, als je naar Mozart luistert, een adagio en een allegro niet dezelfde biochemie veroorzaken, het adrenaline- en serotoninegehalte niet hetzelfde zijn. De Chinese musicologie beweerde dat je een kind een wiegelied moet geven dat overeenkomt met een polsslag van 52 à 60 slagen per minuut, terwijl militaire marsen een tempo van 110 slagen per minuut hebben.
Deze driften moeten diep verankerd zijn in ons voorouderlijke brein, het reptielenbrein. Gaat onze neocortex, die ons moderne
en geciviliseerde brein vormt, probleemloos samen met ons reptielenbrein?
Volgens mij zijn alle godsdiensten, de cultuur, het onderwijs of de moraal die sinds Sumer, 6000 jaren vóór Christus, zijn verschenen
zeer dikwijls tegen dit reptielenbrein geweest. De joodschristenen die een opvoeding hebben opgelegd van het type ‘je mag, je moet, je mag niet!' hebben de relatie tussen de neocortex en het reptielenbrein verpest. Dat ging in tegen onze driften en ik begrijp dan ook dat de psychoanalyse een relatie tracht te leggen tussen beide breinen. Als je een kind verbiedt om iets te doen dat zijn reptielenbrein
graag zou willen doen, dan verstoor je een interne chemie van de hersenen, of zelfs van de maag. Stress is in feite het gebrek aan overeenstemming tussen een gedrag en wat het reptielenbrein wil. Wanneer je niet kunt vluchten of aanvallen, somatiseer je en veroorzaak je kankers, auto-immuunziekten.
In een van onze driften is er het ‘territorium'. Vormt de bevolkingstoename geen gevaar voor de mens?
Er bestaat zeer goede literatuur die uitlegt dat een gen zich wil reproduceren, dat een grasspriet andere grassprieten wil maken...
en dat het dus het doel van het leven is zich te reproduceren. Maar bij het dier ontstaat er een natuurlijk evenwicht en zie je slechts zelden een populatie die zich plotseling sterk uitbreidt. In 1900 waren wij met 1.600.000 en onze bevolking is in één eeuw tijd verviervoudigd. Ik weet niet welke drift de mens ertoe brengt om zoveel kinderen te blijven verwekken, maar tien miljard lijkt me een maximum voor een goed beheer van onze planeet. De Chinezen hebben een wet ingevoerd die oplegde slechts een kind per koppel
te hebben om de demografische groei te stoppen. Ik geloof dat de mens in zekere zin een vergissing van de evolutie is, en dat God
zich een beetje vergist heeft door een mens te maken die denkt gelijk te hebben, die de wereld wil overheersen en die om het even wat doet... In ‘The Animal Farm', een roman van George Orwell, komen de dieren samen en zeggen: ‘Er is één dier dat ze eigenlijk zouden moeten afschaffen: de mens.'
U hebt het over ‘God', is dat omdat u gelovig bent?
Ik ben gelovig geweest, maar nu ben ik dat minder! Zoals veel biologen die steeds meer atheïstisch worden... Je kunt je duizenden vragen stellen over God, het creationisme, het evolutionisme... We moeten gewoon tegen onze kinderen zeggen: ‘Respecteer alles wat leeft!' Maar het gaat de goede kant op, ik ben niet pessimistisch. Green-Peace, het WWF en andere organisaties voor het behoud van de planeet doen goed werk en we zijn in staat om het roer om te gooien. En internet is een goed communicatiemiddel dat een gigantische macht heeft en kan helpen bij de bewustmaking. Ethologie is een wetenschap die zal helpen om een beter inzicht te krijgen in ons ecologisch systeem, dus een wetenschap die noodzakelijk is voor het welzijn van de mensheid.